zaterdag, december 02, 2017

Coming soon: barbershop

Terwijl ik zag dat in de winkel waar vorige maand nog bloemen werden verkocht, de opening van een barbershop werd aangekondigd, haalde een meisje met een tas van 'uitgeverij Snor' mij in.

dinsdag, november 14, 2017

Frieda geeft zich over

86 jaar lang heeft Frieda zich verzet. Ze heeft haar gezicht ingesmeerd met Nivea. Ze heeft het stof van haar vensterbank geveegd, van de kasten, van haar bureau. Vroeger hielp haar dochter haar nog weleens met het vegen van de stoep. Maar sinds zij verhuisd is naar Apeldoorn, boent de oude Frieda zelf met een emmer sop de groene aanslag van het trottoir.
Tot op een maandag in augustus een duif tegen het raam van Frieda Splitter poept. De oude vrouw zinkt in haar stoel. Ze denkt aan de laag stof achter haar bank en onder haar bed. Als ze niets doet, dan gaan daar vliegen wonen en zilvervissen. Met steeds meer zullen ze komen. Mieren, maden, muizen. De stoep zou verpulverd worden door de algen, hier en daar is dat al gebeurd. En dan kwamen er grassen en dichte bossen met woekerende brandnetels.
Een heel klein stofje dwarrelt neer op de hand van Frieda Splitter. Even wil ze het wegvegen, maar ze bedenkt zich. Er valt niet langer op te poetsen tegen het leven.

zondag, oktober 01, 2017

Aangespoeld wrakhout

Op zaterdag ruimt Frieda eerst het aangespoelde wrakhout op. De hoop kleren naast haar bed. De stapel kranten op de tafel bij het raam. Op het aanrecht hebben zich de glazen en borden verzameld.

Het is opvallend hoe goed de troep zichzelf georganiseerd heeft. De papieren en aantekeningen op het bureau in de achterkamer. De schoenen bij de schoenen in het halletje. Al is er soms ook een schoen in de keuken beland, of onder het kastje in de gang.

Waarschijnlijk komt het doordat Frieda op Scheveningen woont. Op het strand liggen de kokkels vaak ook bij de kokkels. De mesjes bij de mesjes, de stukjes hout bij de stukjes hout en de schoenen bij de schoenen. 

dinsdag, juni 06, 2017

Oh pinksterduif, oh pinksterduif

Pinksterdag. Op de binnenplaats ligt een dikkig grijs bergje uitgestort. Links en rechts boren veren zich in het gras en het mos dat de buurman de dag ervoor tussen de tegels vandaan heeft gewied. Vanaf haar balkon volgt Frieda de bladeren die de wind van de esdoorn blaast, die samen met de regen neervallen op wat een donkere dode duif blijkt te zijn. ‘Oh pinksterduif’ fluistert Frieda.

Kerstmis heeft een rendier, een ezel en een os. Pasen heeft een haas die eieren brengt. Maar over de pinksterduif hoor je nooit iemand. Terwijl Pinksteren toch het christelijke feest bij uitstek is met een dier in de hoofdrol. Onze kerken en musea hangen vol met afbeeldingen van de heilige Geest die in de verschijning van een duif wordt uitgestort over de mensen.  

Laat ook Pinksteren een dierenfeest zijn. Tijd voor een ‘oh pinksterduif, oh pinksterduif’. Maar dan wel op fluistertoon. Want hoe luid de dieren met Pasen en Kerstmis ook bezongen worden, ze belanden net zo hard op de dis. Tegenover de adoratie van het rendier staat het leed van de miljoenen kalkoenen die we eind december verorberen. En tegenover alle lieve paashaasplaatjes staan de manden vol met eieren, die miljoenen kippen in barre omstandigheden leggen.

Zoals Frieda zegt: liever één verongelukte pinksterduif op de binnenplaats, dan tien gebraden houtduiven met olijfjes en rozemarijn op het bord.

zondag, februari 05, 2017

Houdini in de wasmachine

Als ik een washand was, vind ik hem soms pas weken later terug. Een prop in een hoek van een kussensloop of een dekbedovertrek.
Laatst was mijn bh aan de beurt voor de wasmachine. Toen het zeepsop was weggetrokken, bleek dat hij uit de dichtgeritste waszak was ontsnapt. Een verdwijnkunstenaar! Vervolgens liet hij zich vastketenen door drie panty's. Een boeienkoning!
Soms gaat het weleens mis met de houdini's in mijn wasmachine. De eenzame sokken in mijn klerenkast zijn kleine monumenten voor hun verdwenen wederhelft. Wat een verdriet. Al zou ik, als ik een washand was, ook het liefst in een overtrek verdwijnen. Weg van het ware leven van vieze snuiten en stinkende poezen. Diep genesteld tussen de schone lakens, naast een lavendelzakje, in mijn mooie propere linnenkast.

zondag, oktober 30, 2016

Zeepokpik - of: Hoe Frieda Splitter de zeepok pikte

De pik van een zeepok is tijdens de paringstijd wel zeven keer zo lang als het beest zelf. Als dat bij mensen zo zou zijn, dan moest je echt oppassen dat je tijdens het tv-kijken de buurman niet door het vensterraam op bezoek krijgt.
Maar dat is niet de reden dat Frieda Splitter zich met een zeepok vergelijkt. Een zeepok is ook een parasiet. Een zeepok ketent zich vast aan een walvissenlijf om oceanen over te steken. Of zet zich vast aan de romp van een schip om van Singapore naar Rotterdam te varen en dan weer terug.
Alle gedachtes van Frieda zijn gepikt. Elke schijnbaar originele uitspraak is terug te voeren tot een tiental schrijvers met wie zij al jaren meelift. Steeds als het sneeuwt, of soms zelf al als het miezert, citeert zij het sneeuwgedicht van Robert Walser, aan wie zij zich al meer dan een decennia heeft vastgeklampt. Als de zomer overgaat in de herfst, dan komt de ode aan de 'fünfte Jahreszeit' van Tuchoslky weer voorbij. Steeds weer die Tucholsky, Erich Kästner, Charlotte Mutsaers en al die aanverwante schrijvers.
Aanvankelijk noemde Frieda zich een dievegge, een dief of een parasiet. Totdat haar beste vriendin K. uit Z. over een zeepok begon en zich pas later bedacht dat zij net als de lievelingsschrijvers van Frieda in een gast-organisme veranderde, zoals dat in de taal van de zeepokken heet.

dinsdag, september 06, 2016

De tijdmachine van tante Ida

Frieda's theepot uit Leipzig
Een tijdje geleden stapte een architect in Leipzig een woning binnen waar 30 jaar lang niemand was geweest. De bewoner had zijn flat rond de val van de muur verlaten, en keerde door een noodlottig ongeval nooit meer terug. Het was blijkbaar een eenzame man, want niemand had zich bekommerd om zijn nalatenschap. Alle meubels, etenswaar, persoonlijke papieren, waren nog intact. De woning was een tijdmachine, een historische schatkamer, een fossiel dat herinnert aan een tijd die allang voorbij is.
Laatst overkwam Frieda iets soortgelijks. Zij fietste door een straat in Den Haag die haar nooit eerder was opgevallen. De straat loopt parallel aan de Laan van Meerdervoort en heeft aan beide zijden hoge lindebomen. De huizen leken verlaten. Woonden hier wel mensen? Stel dat Frieda de eerste was die sinds de jaren vijftig over deze klinkers fietste. >>> Frieda Splitter heeft een straat ontdekt! <<<
Frieda vertelde haar vader over haar ontdekking. Haar vader wederom moest denken aan zijn tante Ida die hij de week daarvoor had bezocht in Zeeland. Wat Frieda nooit eerder gehoord had, is dat deze onbekende tante van 95 nog steeds in het huis blijkt te wonen waar zij is opgegroeid. Het huis van de overgrootopa en overgrootoma van Frieda bestaat dus nog gewoon. Met dezelfde schilderijen en dezelfde haard waar generaties van Splitters hun sinterklaasliedjes hadden gezongen. Een tijdmachine! 'Als je tante Ida bezoekt, noem haar dan maar geen fossiel', zei Frieda's vader toen zij die avond afscheid namen.